Herinneringen aan de HBS…periode 1956-1962

 

 

 

 Het jaarlijkse kerstbal en toneeluitvoeringen

Uitvoering van The Tempest

De school in het algemeen

Je kon slechts leerling worden aan de (Rijks) HBS in Alkmaar na het afleggen van een toelatingsexamen met een voldoende resultaat. Dat examen werd voor de zomervakantie voorgelegd aan aspirant-leerlingen en bestond uit een taalopgave (spelling), een rekenopgave en een toetsing van ‘algemene kennis’, voornamelijk aardrijkskunde en geschiedenis.

De school had in het midden van de jaren vijftig ruim 300 leerlingen. Alles was nog heel overzichtelijk. Aan het einde van de vijftiger jaren groeide de school uit tot boven de 500 leerlingen. De groei was toen de aanleiding om de schoolvereniging VOKZOS (“Vermeerdering Onzer Kennis Zij Ons Streven”), opgericht in 1903, op te splitsen in de onderbouw- en bovenbouwafdeling.
Het jaarlijkse kerstbal van VOKZOS was bekend in de omgeving en belangrijk voor de leerlingen in verband met het verkennen van de mogelijkheden om relaties met medeleerlingen van het andere geslacht aan te gaan. Tot het begin van de jaren vijftig was het Wapen van Heemskerk de balzaal; daarna werd het Gulden Vlies de uitverkoren basis voor HBS-festiviteiten.
In het Gulden Vlies werden jaarlijks ook toneeluitvoeringen gerealiseerd. Vooral dhr. Hut, een voortreffelijke, altijd zeer actieve wiskundeleraar, had in die jaren de regie van de uitvoeringen. Deelname aan stukken als ‘Reik me de hand Folleville!’, Shakespeares ‘The Tempest’ en ‘Onder het Melkwoud’ van Dylan Thomas staat me nog helder voor de geest.

De Kabel

De schoolkrant ‘De Kabel’ werd eind jaren vijftig weer nieuw leven ingeblazen. Het was daarvoor, maar ook daarna, telkens weer een hele opgave om voldoende kopij te verzamelen. Ook het werven van sponsoren vergde heel wat tijd van de redactie. De naam ‘De Kabel’ was ontleend aan een citaat van Jacob Cats in het glas-in-loodraam in de trappenhal: ‘De derde streng houdt den kabel’.
Voor de HBS’ers was voetbal de belangrijkste sport. Ook uit traditie, want de bekende, oude voetbalclub ‘Alcmaria Victrix’ is in 1898 opgericht door HBS-leerlingen. Het lukte de in het 4e en 5e jaar instromende ex-gymnasiumleerlingen dan ook niet om hun sport, hockey, geïntroduceerd te krijgen op de HBS. Ook de aanwezigheid van de sympathieke gymleraar Distelbrink, oud-speler van Ajax, speelde een rol bij de voorkeur voor voetbal. Niet-voetballers mochten als compensatie altijd de penalty’s nemen.

Achter het hoofdgebouw, dat nog steeds bestaat, was een aanbouw. Daar stonk het altijd naar ‘rotte eieren’ (H2S). Deze geurervaring had alles te maken met de aanwezigheid van het scheikundepracticumlokaal. In het 4e en 5e jaar kregen de HBS- B’ers 4 uren (!) scheikunde in de week. Waarvan 2 uur theorie en 2 uur practicum. Een belangrijk onderdeel van het practicum was ‘analyse’. In een reageerbuisje werd een voor de leerling onbekende stof aangeboden door de amanuensis, dhr. De Jong. Je moest er door proefnemingen (eerst door in de ‘zuurkast’ H2S door het buisje te laten pruttelen) achter komen welke scheikundige stof het buisje bevatte. De aanschaf van een witte laboratoriumjas was niet verplicht, maar werd op prijs gesteld.

Conciërge Poeze

Het gebouw had (en heeft nog) een monumentale trappenhal. Door het toezicht van de gezaghebbende conciërge Poeze en mede door het overzichtelijke aantal leerlingen verliep het verkeer van boven naar beneden en omgekeerd tamelijk ordelijk.
Roken in het zicht van het gebouw was ten strengste verboden. Dat deden we om de hoek op de Koningsweg nabij het snoepwinkeltje.
Na het derde jaar vond er een ‘scheiding van geesten’ plaats. De ‘taalleerlingen’ gingen verder met een HBS-A-opleiding en de leerlingen die kozen voor wiskunde, natuurkunde en scheikunde vervolgden met HBS-B. Dat laatste had een minder prettige kant, want ik kwam, omdat er in die jaren geen vrouwelijke leerlingen kozen voor HBS-B, in een jongensklas. We hebben daarvoor nog een keer compensatie trachten te vinden door het organiseren van een avondje samen met een klas van de meisjesschool MMS uit Bergen. Dit overigens tegen de zin in van de directrice van die school. De -verkennende- avond werd misschien daarom geen succes.
Een van de hoogtepunten van het examenjaar was de traditionele examenmanifestatie. We hadden ons in 1962 uitgedost als Arabieren en boden bij het stadhuis in Alkmaar zakjes woestijnzand aan om de grachten te dempen (een bekend politiek item in die jaren).

Het onderwijs en de leraren

Terugkijkend kun je concluderen dat het onderwijs aan de HBS in Alkmaar een goed niveau had. In het algemeen waren de leraren uitstekend, uiteraard met enige uitzonderingen.
De klassen waren niet zo groot: 20 – 25 leerlingen gemiddeld. In het vierde en vijfde jaar minder. Er werd per vak, vergeleken met nu, veel uren lesgegeven, gemiddeld zo’n 3 uur per week. We hadden toen ook nog les op zaterdagochtend. Je deed nog in veel vakken examen, schriftelijk en mondeling.
In de vijftiger jaren was dhr. Keyser de gezaghebbende directeur. Een traditionele en in zekere zin behoudende directeur. Je liet het wel uit je hoofd om bij hem op rapport te komen. Voor de eerste klassen gaf hij ’s zaterdag om 13.00 uur ‘beleefdheidsles’. Hij trachtte ons toen etiquetteregels bij te brengen, zoals het voor laten gaan van het vrouwelijk geslacht, het hen aanbieden van hun jas, het vooropgaan op de trap en vooral de procedure van de binnenkomst in de kamer van de directeur: eerst kloppen en na een ‘ja’ drie meter voor het bureau tot stilstand komen. Keyser is later inspecteur geworden en bekend geworden als auteur van het Texels woordenboek. Hij was een aperte tegenstander van de invoering van de Mammoetwet (1968). Door de nieuwe wetgeving werden de MULO, MMS en HBS afgeschaft en vervangen door de mavo, havo en vwo.
De leraren, die elkaar elke morgen met een handdruk begroetten, gaven tamelijk traditioneel les, maar je leerde veel en goed. Enkele bekende leraren in mijn HBS-tijd, naast de eerdergenoemde wiskundeleraar Hut, waren de volgende.
Dhr. Goettsch, een steile, statige figuur die nogal onbeweeglijk doceerde vanachter zijn bureau op het podium, gaf geschiedenis.
Dhr. Struijk, de onderdirecteur, leerde ons de rijtjes met Duitse naamvallen en ‘Schwere Wörter’.
Dhr. Schilstra leerde ons veel Engelse liedjes zingen. Het vrolijke zeemanslied “What shall we do with the drunken sailor” ken ik nog uit het hoofd. Schilstra was voorzitter van de Historische Vereniging Alkmaar en auteur van diverse historische werken zoals een boekje over koekplanken, maar ook het bekende werk “In de ban van de dijk, De Westfriese Omringdijk”.

Har Scheepens

Een voor vele HBS-leerlingen favoriete leraar was Har Scheepens, de leraar Nederlands. Scheepens was samen met zijn collega Teipe van het Alkmaars gymnasium auteur van een veel gebruikt leerboek over de Nederlandse letterkunde. Daarnaast schreef Scheepens een tiental romans die in de vijftiger jaren door gezaghebbende critici tamelijk goed werden beoordeeld. Titels als “Grillig geld’, De haan kraait ten derden male”, “Lof der vriendschap”, “Leeuwekop” en “Herfstige liefde” zijn nu niet meer bekend. Bij Scheepens hing je aan zijn lippen als hij “Bint” van Bordewijk voorlas.
In het eerste jaar heb ik nog les gehad van de leraar Nederlands Pannekeet. Hij was een goede voetballer en tekende zeer verdienstelijk. Pannekeet werd na enige jaren leraar aan het Katholiek Lyceum en promoveerde later op het West-Fries.
Dhr. Van Kleef gaf scheikunde in een lokaal met een amfitheater. Het was een goede, maar beslist geen ‘aardige’ leraar.
Muziekonderwijs werd in de eerste drie jaren van de school gegeven door de Alkmaarse koordirigent Nico Akkerman. In de laatste jaren kregen we les van de bekende musicus Cornelis Jonker. Zijn rapportcijfers waren gebaseerd op het wel of niet bezoeken van de Mattheus Passion en het tonen van belangstelling voor de muziek die ten gehore werd gebracht via een grammofoon. Met het nodige toneelspel kon je je muziekcijfer behoorlijk opkrikken.

Mw Postma

Het aantal vrouwelijke docenten was ver in de minderheid. Mw. Postma was een van de bekendste leraressen. Hoewel het vaak een drukte van belang was tijdens haar lessen bleef zij zeer vriendelijk en onverstoorbaar.
Met de komst van de nieuwe directeur Lucieer, de actieve tekenleraar De Veen en jongere leraren als Kansen en Strikkers brak bij het begin van de zestiger jaren een nieuwe tijd aan met veel veranderingen in het onderwijs en lerarenbestand.
In 1967 werd het honderdjarig bestaan groots en goed georganiseerd gevierd, onder grote belangstelling. Nogmaals werd het toneelstuk “Onder het Melkwoud” met succes opgevoerd door leerlingen, oud-leerlingen, leraren en oud-leraren.

Wim Buwalda

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.